23 February 2012

Heldenverhaal H.2

Hoofdstuk 1 vind je HIER

de cover van het boek/schoolproject, zelf getekend
Ik Ik zit even later op de bank. Ik concentreer me op mijn gedachten. Ik probeer in het verleden te kijken. Het lukt. Ik zie Roel. Hij sleurt een man mee een ijzeren wenteltrap af. De man is zwak. Maar hij heeft wel dure kleding aan. Johanna ’s vader ziet er heel eng uit. Hij haalt plots een mes te voorschijn en steekt de man. Vlug open ik mijn ogen. Maar ik moet door. Ik kijk verder. Ik kom erachter dat hij verschillende moorden heeft gepleegd omdat hij daardoor meer geld zou krijgen. En hij heeft veel aan illegale handel gedaan. Het is gruwelijk om te zien. Na bijna een half uur gruwen ren ik naar boven en kruip in mijn bed. Ik kan niet in slaap komen. Een uur later hoor ik mijn moeder thuiskomen van haar werk. En ik slaap pas om een uur of drie ’s nachts.
De dag daarna is het vakantie. Dat was ik vergeten. Zo erg was het, dat ik mijn vakantie vergeten ben! Vlug kruip ik mijn warme bed uit en trek een wijde gele jurk aan die tot op de grond komt. Ik stap in mijn net zo gele slippers, borstel mijn haar, eet een broodje en loop de deur uit. Ik loop gelijk door naar Pieter, die naast mij woont. Hij doet open.‘Hoi, kom binnen!’ zegt hij. Ik loop naar binnen en moet ineens heel hard huilen. Pieter troost me. Ik zeg dat we buiten moeten gaan staan. Dat doen we. Dan vertel ik het verhaal. Pieter onderbreekt me niet. Als ik uitverteld ben, kijkt hij me geschrokken aan. ‘Jeetje…’ is het enige wat hij kan zeggen. Weet je zeker dat dat echt waar is?’ Ik knik. Dan hoor ik iemand zeggen: ‘Zo jongedame, dus jij beschuldigt mij van moord?’ Ik kijk op. Shit! Daar staat Roel. Hij komt op me af gelopen en kijkt woedend. Ik zie zijn hand naar mij toe gaan en dan gaat alles heel snel. Pieter duwt Roel opzij en rent zijn huis binnen. Ik loop achter hem aan. Vlug draait hij de deur op slot. Ik hoor Roel aan het slot rommelen. Pieter is ondertussen van alles aan het pakken. Hij roept me toe dat ik iets voor de deur moet zetten, terwijl hij een grote plastic zak volpropt met pakjes drinken, brood en kaas. Snel pak ik een stoel en blokkeer de deur. Pieter duwt me een grote tent in mijn handen en kruipt dan door het achterraampje. Ik kom achter hem aan. ‘Jezus…’ scheldt Pieter terwijl hij probeert de grote tent door het raam te duwen. Als dat is gelukt, rennen we weg. Terwijl we aan het rennen zijn naar ik-weet-niet-waar roep ik naar Pieter: ‘Wat gaan we in hemelsnaam doen?’ Hij antwoordt met een bezweet gezicht: ‘We gaan kamperen in het bos. Hier ben je niet meer veilig voor die engerd.’ Ik knik en ren door. Als we niet meer kunnen, beginnen we te lopen. Na iets van vijf lange kilometers zijn we in het bos.
Ik lig in de tent en besluit een brief aan mam te gaan schrijven. Want ze weet niet waar ik nu ben. Ik ben niet goed in brieven schrijven, dus ik houd het gewoon kort.
Lieve Mam.
Je zult je wel afvragen waar ik ben. Rustig maar hoor, ik ben veilig. Ik heb een gruwelijke ontdekking gedaan met mijn gave. Roel, Johanna ’s vader, is een moordenaar. Hij is erachter gekomen dat ik dat weet en nu wil hij mij, denk ik, ook vermoorden. Daarom ben ik met Pieter naar het bos gevlucht. Ik ga zomenteen het Orakel oproepen. Ik hoop dat hij me kan helpen. Pieter komt deze brief bij je brengen, geef je hem Admiraal mee? Ik houd van je,
Kusjes, Mischu.
Pieter neemt de brief mee naar mijn moeder en hij zal Admiraal Tobi ook meenemen. Admiraal Tobi is mijn kater. Hij is super lief, en absoluut niet lui. Het is een zeemanskat, want hij is geboren op een zeilboot. Ik kan niet zonder hem. Ik zit te denken, hoe moet het verder? Ik wil dit niet, komt er plots in mijn hoofd op. Ik heb geen zin om de held uit te hangen of voor politietje te gaan spelen. Ik ga terug. Ik ga wel naar de vader van Johanna en onderteken een of ander geheimhoudingscontract. Dat ga ik doen. Maar…kan ik dat wel maken. Ik besluit om het Orakel om hulp te vragen. Het Orakel is een man van een andere wereld. Hij is heel wijs en ik kan contact met hem zoeken. Ik concentreer me. Al gauw staat het Orakel voor me. Hij is doorzichtig. Anderen kunnen hem niet zien. ‘Waarom riep je mij, Mischu?’ ‘Ik heb uw hulp nodig. Ik moet een belangrijke beslissing nemen.’ Het Orakel knikt. ‘Ik weet het. Ik ben ervan op de hoogte. Wat ga je nu doen?’ Ik haal mijn schouders op. ‘Ja, dat wou ik nou net aan u vragen.’ Het Orakel kijkt bedenkelijk. Een fractie van seconden is het doodstil. Zelfs de vogels zijn opgehouden met fluiten. Dan zegt hij ‘Ik wil je graag helpen, Mischu. Maar ik kan je alleen wat extra informatie geven over je krachten. Wil je dat?’ ‘Ja, maar ik weet niet of ik het ga doen, hoor!’ Het Orakel knikt. ‘Dat moet je zelf bepalen Mischu. Maar ik geef je informatie over je krachten. Als jij heel, heel boos bent, kan jij mensen iets aandoen. Er zal een bepaalde kracht in je opkomen, die kan vernietigen. Maar pas op. Deze kracht is erg gevaarlijk.’ Ik kijk hem verbaast aan. Maar als ik opkijk is hij al weer weg.

2 comments:

  1. waauw, je schrijft echt leuk <3

    ReplyDelete
  2. wow, jij kan echt mooi schrijven!
    je moet het verhaal opsturen naar een uitgeverij, echt!!

    xxx

    ReplyDelete

Bedankt voor je reactie, ik ben er superblij mee!